Fabrique Publique°
Cart 0

OPDRACHT

Binnen de krijtlijnen van het masterplan voor Park Grisar (zie onderstaande link) een concrete ingreep of inrichting ontwerpen en uitwerken voor het Park Grisar en het daarin gelegen paviljoen, welke voldoet aan de doelstellingen ervan.

DE UITWERKING

Uitgangspunt voor mijn ingreep is de educatieve doelstelling van ons Masterplan, gelinkt aan de functie 'natuur'. Gekoppeld aan wat geproduceerd wordt in de moestuin, wil ik kinderen bewuster laten kijken en omgaan met wat we weggooien, en dan met name van al hetgeen uit de moestuin voortkomt.

In dat kader heb ik een installatie ontworpen die als het ware een zelfvoorzienende enclave creëert, welke gebruik maakt van de in de moestuin aanwezige hulpbronnen. Dat wil zeggen dat het een gesloten circuit is waarin alles wat in de moestuin groeit, opgegeten wordt, danwel wordt aangewend als brandstof, bodemverbeteraar of aan de buurt wordt aangeboden door middel van een 'restloket'.

De opslag en verwerking van rauwe groenten, takken en groen uit de moestuin tot compost gebeurt in de compost installatie. Deze heeft een laddertje en kijkluik om het proces van compostvorming beter te kunnen volgen. Verder heeft de installatie een lade waarmee de onderste laag compost uit de bak kan worden gehaald om over de moestuin te verspreiden als bodemverbeteraar.

De biogas installatie verwerkt hetgeen niet in de compost installatie mag (zoals gekookte groenten) tot natuurlijk gas waarop gekookt kan worden.

Naast de biogas en compost installaties is er ook een regenwateropvang, welke de keuken van water voorziet. Dit water wordt gebruikt voor het bewaren van rauwe groenten (het koude water in de dubbelwandige kom houdt de groenten vers), wassen en koken. Water dat in de keuken is gebruikt, wordt vervolgens hergebruikt om de moestuin te besproeien.

Het 'restloket' dient om rauwe danwel gekookte groenten welke overschieten na activiteiten in het paviljoen, gratis aan te bieden aan de buurt. De gekookte groente profiteert van de restwarmte van de compostbak om zodoende op temperatuur te blijven. De rauwe groente wordt gekoeld door water uit de regenopslagtank. Wordt het 'restloket' niet geleegd, dan wordt de inhoud toegevoegd aan de compostbak, of dient als grondstof voor de biogasinstallatie.

Doordat de tafel zowel een deel buiten als een deel binnen het paviljoen beslaat, wordt er een evidente link gelegd tussen wat we binnenshuis ondernemen in de keuken en de invloed die dit heeft op de natuur (moestuin). Dit wordt nog eens versterkt door de duidelijk aanwezige buizen en kraantjes, waar doorheen de verschillende stoffen verplaatst worden.  

Voor dit project heb ik verder een ge-experimenteerd met verschillende materialen, om te zien welke het beste bij het ontwerp zouden aansluiten. Een van de testjes die ik heb uitgevoerd is de combinatie van berken multiplex met vloeibaar rubber, om zodoende de multiplex bestand te maken tegen de verschillende weersomstandigheden. 

 

 

OPDRACHT

Een Masterplan ontwikkelen voor een park in Anderlecht (Brussel) dat al enkele jaren gesloten is wegens overlast. Bedoeling was een invulling te vinden welke in de omliggende achterstandswijk zou passen, de sociale cohesie zou vergroten en welke voorziet in de wensen van de bewoners. Deze opdracht werd uitgevoerd in groepjes van vier personen.

DE UITWERKING

Om een passende invulling te vinden zijn we gestart met een buurtonderzoek, waarbij we bewoners hebben gevraagd naar hun aspiraties met het park. Uit dit onderzoek bleek dat vooral kinderen in de leeftijdscategorie tot grofweg 12 jaar ruimte mankeren om veilig te kunnen spelen. Dit gegeven hebben we als groep aangegrepen als uitgangspunt voor ons Masterplan.

Om de wensen van kinderen uit genoemde leeftijdscategorie in kaart te brengen hebben we een tekenwedstrijd uitgeschreven op een school in de wijk alsook een aantal gesprekken gevoerd met organisaties die zich actief met jongeren bezig houden. Daarnaast hebben we profielschetsen van wijkbewoners opgesteld en een SWOT analyse gemaakt, waarbij we hebben gekeken naar de sterktes/zwaktes en kansen/bedreigingen van de wijk.

Op basis van genoemd materiaal, zijn we uitgekomen bij een drieledige functieverdeling voor het park en wel de volgende: natuur, zintuigen, cultuur.

In al deze functies komt het educatieve aan bod. Aangezien educatie gaat over ‘verhalen vertellen’ en ‘samen ervaren’ heeft elke functie speciale activiteiten en objecten om die verhalen te kunnen vertellen en ervaringen op te doen.

Natuur

We hebben ervoor gekozen een moestuin aan te leggen zodat kinderen leren welke groenten wanneer groeien, hoe ze te verzorgen, te bereiden, wat gezonde voeding is etc. Het ‘verhalen vertellen’ en ‘ervaren’ in deze functie is vormgegeven door een parcours doorheen de moestuin aan te leggen, waarbij kinderen al spelenderwijs het planten- en dierenrijk kunnen ontdekken. 

Zintuigen

Bij het ontdekken van de natuur en meer specifiek een moestuin kunnen alle zintuigen worden gebruikt. Ruiken, proeven, voelen, zien en horen, allemaal voegen ze wat toe aan de beleving van de moestuin. Dat geldt natuurlijk ook voor het bereiden van de groenten. Ook daar staan de zintuigen centraal.

Cultuur

Groente verbouwen en eten zijn cultureel gebonden. Elke cultuur kent zijn eigen verhalen daarover. Door uitwisseling van die verhalen willen we mensen laten ervaren dat er niet één juiste manier is om groenten te kweken en te bereiden en dat het heel interessant is om andere manieren uit te proberen.

Deze verhalen kunnen zowel in het paviljoen als elders in het park (inclusief de publieke ruimte gelegen tegenover het park) worden uitgewisseld. Om dit te stimuleren kan er bijvoorbeeld een ‘verhalen’ bank worden neergezet, waar mensen worden uitgedaagd een persoonlijk verhaal over tuinieren, eten en/of koken achter te laten. Die verhalen kunnen dan weer door anderen worden beluisterd. Samen eten bereiden is een andere mogelijkheid om die verhalen uit te wisselen en ervaring te delen.

OPDRACHT

Uitvoering van een ontwerp ‘meegebracht’ uit de stage. Aansluitend op de stageperiode wordt een (onderdeel van) een ontwerp of idee waar de student gedurende de stage mee in aanraking kwam, in de werkplaatsen uitgevoerd als prototype op ware grootte.

DE UITWERKING

Mijn stage heb ik gedaan in het Museum voor de Schone Kunsten in Brussel, waar ik scenario's heb ontwikkeld voor de scénografie en signalisatie van de publieke ruimte in het museum. Na de stage, ben ik begonnen aan een stoel voor de centrale hal, waar de catalogi voor de tentoonstellingen in kunnen worden opgeborgen.

De stoel staat op twee manieren onder spanning:

- het zitgedeelte is gevormd door stoombuigen, door middel van een zelf gebouwde stoombuigmachine;

- de boog voor de 'cocon' staat onder spanning door een elastische draad die de stoel bijeen houdt.

De catalogi worden tussen de elastische touwen geklemd.

De stoel is momenteel nog in uitvoeringsfase.

OPDRACHT

Een catwalk ontwerpen voor een specifieke collectie van een Belgische mode-ontwerper. De nadruk lag hier vooral op sfeer, waarbij het totale plaatje onderzocht moest worden, van uitnodiging tot signalisatie.

DE UITWERKING

Ik heb gekozen voor de voorjaar/zomer collectie 2012 van mode-ontwerper Tim van Steenbergen. Deze collectie is geïnspireerd op de jaren 20/30, Bauhaus en Art Deco, heeft een eenvoudig en geometrisch silhouette en maakt gebruik van volumes, vlakken, lijnen en contrast.

Het ontwerp voor de catwalk gaat voort op de tijdsgeest van het interbellum, met zijn gevoel van onbehagen door de verschrikkingen van de 1e WO en de beurskrach en aan de andere kant de vernieuwingen van Bauhaus. De eenvoud en functionaliteit van Bauhaus komt terug in het raster, welke is geïnspireerd op de raampartijen uit de Bauhaus periode.

De vorm van het raster vloeit voort uit de maat van de muziek van Max Richter  in het stuk Sarajevo.  Alhoewel Richter een hedendaags componist is (geboren in 1966), ademt het nummer een gevoel van onbehagen en onzekerheid over de toekomst en angst voor oorlog uit.

De idee is dat de genodigden binnengaan in een zwarte doos en zich niet bewust zijn van het raster. Als de show begint gaat het licht achter het raster aan en beginnen de modellen daar op de maat van de muziek te lopen. Op dat moment zijn het nog silhouetten.  Sarajevo heeft ook een climax, waarop de modellen de zaal met genodigden binnenstappen en de kleding duidelijk zichtbaar wordt.

De banken waarop de genodigden zitten vormen een onderdeel van de catwalk. De modellen lopen eroverheen om in de zaal te komen.

Na afloop wordt het centrale gedeelte van de installatie opengeklapt tot bar.

OPDRACHT

Een etalage ontwerpen voor een vrij te kiezen winkel in de Dansaertstraat, waarbij werd ingezoomd op de relatie publieke buitenruimte en binnenruimte. 

DE UITWERKING

De etalage die ik ontworpen heb is voor de winkel van Johanne Riss aan de Nieuwe Graanmarkt. Riss is een Franse ontwerpster van met name bruids- en avondkledij. Haar stijl is vrouwelijk, elegant en puur, maar haar ontwerpen stralen ook iets theatraals uit. Ze gebruikt veel luxueuze en soepel vallende stoffen en zoals ze zelf zegt zijn haar ontwerpen bedoeld voor actieve vrouwen.

Ik heb geprobeerd iets met de genoemde kenmerken te doen en heb daarom gekozen voor een scène die zich afspeelt in de etalage. De scène staat voor vrouwelijkheid en elegantie, puurheid, soepele stoffen, beweging en theater.

De scène die zich afspeelt is als volgt: een dame is ingerold in een stof die Riss ook vaak gebruikt, namelijk mousseline. De stof rolt langzaam af. Het betreft hier een 24 uurs cyclus die niet te voorspelbaar moet zijn. De mensen worden geprikkeld en uitgedaagd terug te komen op een ander moment om te zien wat er veranderd is. Er moet een soort spanning opgebouwd worden. Om de voorspelbaarheid te vermijden heb ik ervoor gekozen de draaibewegingen te laten plaatsvinden volgens de reeks van Fibonacci. Dat betekent dat er in het eerste uur vrij veel beweging is (de stof rolt telkens een klein stukje af en vervolgens weer om) en de uren erna steeds minder.

Er is gekozen voor echte mensen om zo ook de emotie te laten zien die bij het proces hoort.

Hoe verder de stof afwikkelt, hoe meer de tatoeage zichtbaar wordt die op het lichaam van het model is aangebracht. Deze tatoeage vormt een contrast met het toch enigszins lieflijk aandoende tafereel van af en omwikkelen. Het is een ruw randje, welke ook aanwezig is in het werk van Riss en toont dat er een echte persoon onder zit. Daarnaast duidt die tatoeage erop dat ze eigenlijk nog steeds niet ‘los’ is.

Naargelang de stof afwikkelt stapelt ze zich aan de andere kant steeds hoger op.

De vrouw wordt bijgestaan door een assistent die de stof helpt om en afwikkelen. Riss gebruikt vaak ook zwart-wit contrasten welke terugkomen in de scène, waarbij zij in het wit gekleed is en hij in het zwart.

Daarnaast heb ik geprobeerd niet teveel in te vullen, zodat kijker ook zijn eigen fantasie kan gebruiken bij wat er gebeurt.

OPDRACHT

Het ontwerp voor een appartement, met een vrij toe te voegen parameter voor wat betreft het koppel dat er gaat wonen.  

DE UITWERKING

Ik koos voor bewoners die Russisch Constructivistische kunst verzamelden.

Eén van de sleutelprincipes van het Russisch Constructivisme, namelijk het creëren van een perfecte wereld waar men zich kan onttrekken aan de dominantie van het werk en de ‘vergiftigende’ invloed van kapitalistische waarden en normen, gebruikte ik als uitgangspunt voor mijn ontwerp.

De indeling refereert aan de indeling van een klooster, met aan de buitenkant een soort kloostergang met zicht op Brussel en binnenin de leefruimtes, waar men zich kan terugtrekken en ongestoord kan genieten van de kunstwerken. De kleuren zijn sereen gehouden, zoals in een klooster, waardoor de kunstwerken er nog eens extra uitspringen. Mijn appartement is dan ook zo ingedeeld als ware het een soort toevluchtsoord, zoals een klooster.

De eetruimte heeft als ontmoetingspunt de meeste ruimte toebedeeld gekregen. Ook hier een link met een klooster, waar de refter eveneens een centrale ontmoetingsplek is.

De maatvoering is afgeleid van het plastisch getal, zoals gehanteerd door Dom Hans van der Laan.

De verlichting verbindt de verschillende ruimtes met elkaar, aangezien de muren niet volledig tot het plafond reiken.

OPDRACHT

‘The gods must be crazy’ –ontwerp voor een gebruiksvoorwerp, vertrekkend van een bestaand object of onderdeel, waarbij de eigenschappen van het oorspronkelijke voorwerp het uitgangspunt vormen.

Een bestaand en bewust gekozen object wordt week na week in de werkplaatsen gemanipuleerd zodat het via uitvoerend ontwerpend onderzoek (één op één experiment, logboek) onderdeel wordt van een nieuw, technisch uitgewerkt, ‘bruikbaar’ en professioneel uitgetekend en in beeld gebracht eindresultaat.

DE UITWERKING

Ik ben vertrokken vanuit een drietal gebruiksvoorwerpen, namelijk  een nietjesmachine, een oude fotocamera waarvan de voorklep openklapt om de lens tevoorschijn te laten komen en een apparaat om kurken mee op een fles te zetten. 

Vanwege de mechanismen in de drie voorwerpen was ik van plan er een flipperkast mee te maken. De camera en nietjesmachine om het balletje te schieten en het kurken-opzet-apparaat kon dienen om het balletje terug in het spel te brengen. Ik heb daartoe een aantal dingen uitgeprobeerd, maar het bleek niet te werken.

Vervolgens heb ik mijn aandacht verlegd naar het creëren van een bordspel waar het balletje doorheen rolt.

Uiteindelijk heb ik mijn bordspel ontwikkelt met de kaart van Buckminster Fuller als uitgangspunt. Het spel heeft zich ontwikkeld tot wereldspel, waarin de wereldleiders strijden om als snelste de wereld te verbeteren door het bouwen van scholen, boerderijen, bossen en ziekenhuizen.

Om het bordspel te maken heb ik een vacuümvorm machine gebouwd, waarmee ik het spelbord vorm kon geven. De twee buitenste lagen alsook de binnenkant zijn allemaal met de vacuümvorm machine tot stand gekomen. De pionnen zijn deels uit metaal (gemaakt in de workshop metaalgieten), deels met de 3-D printer gemaakt. 

OPDRACHT

Studiereis naar New York.

Naast het bezoeken van verschillende musea en bezienswaardigheden, kreeg iedereen een bepaalde wijk toegewezen waar een wandeling gemaakt moest worden die vervolgens in een Moleskine uitvouw boekje moest worden weergegeven.

DE UITWERKING

De wijk die ik toegewezen kreeg was Coney Island. In mijn boekje heb ik geprobeerd de vergane glorie van het pretpark weer te geven, alsook het plezier van weleer en het plezier dat we er zelf aan beleefd hebben.

OPDRACHT

Workshop door Zi Wei, een interieur vormgever uit Maleisië.

De opdracht was eigen werk met andere ogen te bezien en een persoonlijke identiteit als ontwerper te creëren. Uiteindelijk doel was begrijpen en omgaan met interculturele verschillen in ontwerp- en presentatietechnieken om zodoende een eigen identiteit als ontwerper op te bouwen.

DE UITWERKING

De workshop begon met het maken van een collage met tekst en tekeningen (geen foto's). Deze moest een beeld geven van wie je bent als ontwerper (wat vind je belangrijk, wie zijn je voorbeelden etc.). Ik heb hierbij verwezen naar een aantal inspiratiebronnen, zoals Robert Wilson, Charles & Ray Eames, Sou Fuijimoto, Marije Vogelzang en het cradle-to-cradle concept.

Vervolgens werd de eerste collage omgezet in vormen, tekstuur en foto's, waarbij ik onder andere gebruik gemaakt heb van reeds door mij afgeronde projecten. Op die manier heb ik geprobeerd mijn eigen specifieke stijl te verwoorden in beeld en tekstuur. 

Tenslotte kregen we de opdracht een atelier voor onszelf te ontwerpen, waarin je als ontwerper duidelijk te herkennen bent. Voor het ontwerp heb ik teruggegrepen naar de twee collages, mijn inspiratiebronnen en reeds voltooide projecten.

Het concept sluit aan bij de gebogen vormen en niveauverschillen van de twee collages en grijpt qua sfeer terug op de eenvoud van de ontwerpen van Sou Fuijimoto (zwart, wit en licht houten vloer). Het atelier is multi-functioneel in de zin dat er een ontvangst/zitruimte is voor bezoekers/klanten, er is een keuken, een presentatiepaneel en een ‘buiten’ruimte voor reflectie, met zicht op de natuur.


OPDRACHT

Vrije ruimtelijke expressie-opdracht met als thema : ‘hoe het leven maximaliseren?’ Een ruimtelijk model als abstract vehikel voor een extreem, niet noodzakelijk realiseerbaar levensideaal.  Veel aandacht dient te gaan naar afwerking, materiaalkeuze en de manier van presenteren.

DE UITWERKING

Het antwoord op de de vraag 'hoe het leven te maximaliseren' is voor mij te herleiden tot het uitgangspunt dat het belangrijk is de keuzemogelijkheden in het leven ten volle te benutten. De levensloop is dan ook geen rechte lijn, maar verandert gedurende je leven en wordt bepaald door toeval en ervaringen die je opdoet. Dat heeft me ertoe gebracht een installatie te maken, waarbij een balletje door een buis op een speelveld rolt en waarbij het parcours niet vooraf vastligt, maar ook tijdens de rit kan worden bijgesteld doordat het stuit op obstakels danwel vrije ruimte.

OPDRACHT

Inleidende experimentele  ‘vingeroefeningen’ ter kennismaking met de ontwerppraktijk:

1/maak een schaalmodel en de plannen van het eigen huis aan de hand van opmeting

2/ maak eenvereenvoudigd schaalmodel van alle afgesloten ruimtes van de eigen woning en stapel ze als blokken tot het bestaande geheel

3/ test de mogelijke nieuwe constellaties van deze ‘blokken’ van bestaande ruimtes uit in drie verschillende bouwomgevingen op schaal : tussen twee rijhuizen, op een open perceel met bomen en in boven op een rotsklif. Kies de beste situatie en maak een schaalmodel van de nieuw-samengestelde woning.

DE UITWERKING

Ik heb ervoor gekozen mijn woning op een perceel met bomen te plaatsen en heb de verschillende woonlagen naast, in plaats van op elkaar geplaatst (= bestaande situatie). Op die manier is het mogelijk een deel voor de ouders en een deel voor de kinderen te creëren, zodat beide meer privacy hebben. De woonkamer verbindt de twee met elkaar.  

OPDRACHT

In vervolg op het herontwerp van ons eigen huis: kies één ruimte uit deze nieuw-samengestelde woning en laad deze op met kleur en licht met de bedoeling een bepaalde sfeer te bekomen.

DE UITWERKING

Ik heb gekozen voor de gang, waar ik onder andere het donkere van de ruimte heb benadrukt door deze zwart te maken. Voorts heb ik gespeeld met bepaalde motieven en doorkijkjes gecreëerd, welke geprojecteerd werden op de vloer en muur. 

OPDRACHT

Een jong koppel gaat samenwonen in een appartement dat op maat van hun professionele activiteiten moet worden georganiseerd en ingericht. Hij is psychiatrisch verpleegkundige en werkt op onregelmatige tijdstippen, zij is grafisch vormgeefster en heeft een eigen ontwerpstudio op het thuisadres. Voor deze opdracht krijgt iedere student een vrij in te vullen ruimtevolume van 6 m x 6 m x 12 m. De positie (rechtop, liggend) en oriëntatie van dit volume varieert naargelang de positie in het woonblok. Specifieke kenmerken, hobbies e.d. zijn vrij in te vullen.

DE UITWERKING

Ik heb gekozen voor een koppel met humor, waarvan de man fervent puzzelaar is en graag doolhoven bezoekt en de vrouw graag feestjes organiseert. Het puzzelen, de liefde voor doolhoven en de mogelijkheid feestjes te organiseren heb ik als de kernpunten van mijn ontwerp genomen, waarbij ik heb geprobeerd een appartement te creëren dat moduleerbaar is en verrassend.

Ik heb dit onder andere toegepast op de organisatie van het appartement. De woonkamer is bijvoorbeeld uitstekend te gebruiken om als koppel de avonden door te brengen, maar kan tevens vergroot worden tot feestruimte door middel van de verschuifbare trap. De slaapkamer is moduleerbaar in de zin dat wanneer de man nachtdienst heeft, de vrouw rustig in haar deel van de slaapkamer kan doorslapen en niet gestoord wordt wanneer haar man midden in de nacht thuis komt.

Tevens zijn er veel stiekeme doorkijkjes en staat elke ruimte met elkaar in verbinding.  

OPDRACHT

Opdracht om in een groep van drie een 'shelter ' – een basic schuilhut – te ontwerpen en uit te voeren op de terreinen van de‘Verbeke Foundation’, een kunststichting in Kemzeke.

Deze opdracht werd gelijktijdig met de opdracht van Appartement 1 uitgevoerd, voor dezelfde 'opdrachtgevers'.

DE UITWERKING

We zijn vertrokken vanuit de idee om een shelter uit bamboe te maken, geïnspireerd op de nesten van zogenaamde 'Weaver birds'. In eerste instantie door bamboe te laten groeien op de site, maar uiteindelijk met bamboe welke zich reeds ter plaatse bevond. Al doende is het nest ontstaan aan de stam van een omgevallen boom.

OPDRACHT

Een technische tekening maken van een vrij te kiezen VITRA stoel alsook een maquette. De opdracht was uit te voeren in groepjes van twee studenten.

DE UITWERKING

Wij hebben gekozen voor de stoel HAL Wood van Jasper Morrison uit 2010. Deze stoel bestaat uit een kunststof schaal met stoere eikenhouten poten. We hebben de stoel opgemeten en vervolgens uitgetekend in Autocad. De aanzichten (zij, boven en onder) zijn zo geplaatst en gekleurd dat het een interessant en duidelijk leesbaar beeld geeft.

De maquette (op schaal 1/10) is gemaakt uit balsahout voor de poten en gips en fimo voor de schaal. 

DE OPDRACHT

De opdracht was een reiskoffer te ontwerpen en maken in een vooraf vastgestelde maat. De reiskoffer moest hetgeen verbeelden/bevatten wat voor de student onmisbaar is wanneer hij/zij op reis vertrekt.

DE UITWERKING

Persoonlijk vindt ik toilet-hygiëne zeer belangrijk en op reis is het vaak moeilijk een schone toiletbril te vinden. Daarom heb ik een koffer ontworpen welke als toiletbril gebruikt kan worden. Wanneer de koffer gedragen wordt is niet zichtbaar dat het een toiletbril betreft, maar als de plaat uitgeschoven wordt kan de koffer op het toilet worden geplaatst. De plaat (met tapijtje) dient vervolgens als voetensteun.

De bedoeling is dat de definitieve versie volledig uit polyester wordt gemaakt, maar het prototype bestaat uit oasis, welke is verhard met houtvulpasta, vervolgens opgeschuurd en gelakt. 

OPDRACHT

Uittesten van verschillende materialen in de werkplaats. Begrip van mal en tegen-mal.

DE UITWERKING

Al doende verschillende vormen uitwerken in polyester, klei, gips, papier-maché.